logo

Mooie en lekkere polyculturen aanleggen? Durf experimenteren

St Jean BeauregardWie beide lijvige boekdelen van Eric Toensmeyer 's edible forest gardens (in totaal meer dan 1000 bladzijden) verslonden heeft ziet daarin meermaals het zinnetje “overyielding polycultures” terug komen. Klinkt leuk zo 'n overvloedig producerende polycultuur. Maar hoe ontwerp je zo een plantencombinaties die het goed doen in ons klimaat? Want je weet wel, veel van die permacultuur werken zijn geschreven door auteurs die tuinieren in een heel ander klimaat. Geen nood, ook in ons klimaat kan je vlot aan het combineren slaan met wat hier wel goed groeit.

 

 

Om een poly-border aan te leggen moet je zeker je slaap niet laten om te piekeren over wat je zou kunnen combineren. Een succesvolle combinatie aanleggen is helemaal niet moeilijk. We moeten niet doen alsof we het warme water opnieuw willen uitvinden. Gewoon observeren en kopiëren is de boodschap…. Maar dat is natuurlijk een iets te vage uitleg over hoe je er aan begint:-)

introfoto: De mooie moestuin van chateau Saint-Jean De Beauregard. In deze moestuin is er bijzonder veel aandacht voor gecombineerd planten.

 

Hoe begin je er aan?

Ik zou dit artikel kunnen inleiden door het citeren van een hele hoop theorie over plantengemeenschappen, “goede en slechte” combinaties, etc... Dat doe ik liever niet want dan kom je gewoon niet meer toe aan het aanleggen van een spontane polycultuur die bij je tuin en jouw smaak past omdat je dan schrik krijgt om een verkeerde combinatie aan te leggen door een overdosis theorie die je allerlei regeltjes aan leert en je creativiteit het zwijgen op legt.

Daarom pak ik het liever anders aan in dit artikel. Zelf heb ik gemerkt door wat borders aan te leggen dat het hele proces om in de praktijk aan de slag te gaan met het ontwerpen van een polycultuur makkelijk samen te vatten is in een paar simpel uit te leggen stappen.

Ik laat me daarbij vooral leiden door drie pistes.

1. De rationele polycultuur
2. De suggesties die de tuin zelf maakt
3. Schoonheid als uitgangspunt

Natuurlijk gebruiken we de drie pistes niet afzonderlijk maar mixen we ze in de praktijk alle drie om een tuinpolycultuur te ontwerpen. Enfin, eerst wat uitleg over ieder ontwerpprincipe alvorens te beginnen over mixen.

Piste 1: de rationele polycultuur

De kern van het verhaal achter polycultuur is dat je gewassen samen gaat aanplanten om er voordeel uit te halen. In een ideaal ontworpen polycultuur is ieder plaatsje in een border bezet met een plant die er graag groeit en als het even kan nog wat medewerking krijgt van zijn buren en ze zelf ook vooruit helpt.

Buurplanten kunnen elkaar ondersteunen op tal van manieren. Een paar voorbeelden:

  • De etherische oliën, de “geur” dus, van de ene plant beschermt de andere. Basilicum, citroenmelisse, Monarda, Agastache en allerlei soorten “wilde” uien en een hele rist andere planten die een duidelijke geur afgeven kan je op verschillende plaatsen in je borders integreren.
  • Hoge planten creëren een microklimaat en steun voor andere planten om op te groeien. Bijvoorbeeld staakbonen of komkommerachtigen kunnen klimmen op zonnebloemen, maïs, aardpeer,..
  • Bodembedekkende planten zorgen er voor dat de zon niet aan de kale bodem raakt en het bodemvocht behouden blijft. Heel wat gewassen kan je als bodembedekker inzetten. Sla als snelle opvuller tussen traaggroeiende gewassen. Meerjarige gewassen zoals tijm kan je combineren op drogere plaatsen, Oost-Indische kers kan zowat overal, walstro in de schaduw, crosne onder bomen, pompoenen tussen hoge gewassen of in aardbeibedden, ... Voor iedere situatie zijn er geschikte bodembedekkers
  • Bloeiende planten trekken nuttige insecten aan die daardoor ook de planten in de buurt van die bloeiende planten gaan beschermen. Komkommerkruid, Phacelia, Cosmos, Oost-Indische kers en margriet zijn een paar voorbeelden van planten die zichzelf uitzaaien in onze tuin makkelijk uit en bestuivers en nuttige insecten aantrekken

Hoe maak je nu optimaal gebruik van al die eigenschappen om een uitbundig producerende polycultuur aan te leggen met al die planten?
Simpel. Gooi logischer wijze op basis van de ondersteunende eigenschappen wat teelten samen. Hoge en lage planten, zonnekloppers en planten die schaduw tolereren. Om die combinaties te maken is het enige wat je nodig hebt een beetje elementaire plantenkennis over het gewas dat je gebruikt in je border. Hoe hoog wordt je plant, hoe lang moet die in de border staan. Deze informatie vind je overal. Wat je echter niet altijd weet is hoe goed de plant in kwestie zijn mannetje kan staan in een plantencombinatie. Dat staat meestal niet in een boek. Net dat maakt het spannend en interessant. Dat is dan ook mijn insteek om in plaats van te beginnen met een flinke dosis theorie gewoon aan het experimenteren te slaan. Daar leer je gewoon het meeste van.

overschot border

Foto: Sommige combinaties ontstaan zeker niet na lang denkwerk maar gewoon op het moment van planten. Zo maak ik ieder jaar op het einde van het voorjaar een “overschotborder”. Een polycultuur die samengesteld wordt ter plaatse met allerlei planten die over zijn en nog een bestemming zoeken. Dat zijn meestal de interessantste borders waar je het meest uit leert. Nieuwe combinaties die je nog niet eerder uitgeprobeerd hebt en waarvan je zegt, mmm dat is niet mis.

Boekjeskennis en theorie werken complementair met praktische kennis maar een polycultuur puur theoretisch ontwerpen, helaas daar geloof ik niet in. Want een plantencombinatie honderd procent rationeel ontwikkelen heeft een zwak punt. Je kan de contouren wel uitzetten maar niet de perfecte combinatie op voorhand uitdenken. De planten kunnen elkaar ondersteunen op nog heel wat meer manieren die we op voorhand niet allemaal kunnen bedenken en voorzien.

Als je al een tijdje tuiniert weet je dat niets gaat volgens het boekje. Het weer verschilt van jaar tot jaar, de optimale combinatie ook. Veel hangt af van het seizoen, is het een vroeg of laat voorjaar, een natte of droge zomer, valt de winter heel vroeg in of bijzonder laat.. De invloed van het seizoen gaat verder dan temperatuur en vochtvoorziening (water). Het bepaald ook welke ziekten en plagen zich goed in hun vel voelen in dat bepaald seizoen. Zeker als het om éénjarigen gaat.

Op zoek naar wat inspiratie om zelf een polycultuur samen te stellen? Dan kan je het artikel polycultuur: voorbeelden van mooie uitbundige eetbare borders eens bekijken waar een aantal voorbeelden uit onze eigen tuin weergegeven worden.
Kopieer de voorbeelden niet klakkeloos. Niet dat ik daar moeite mee heb. Verre van, maar je zou het je zelf moeilijk maken. Tips over wat werkt in mijn tuin kunnen je alvast op weg helpen om anders te gaan telen en om experimentjes op te zetten. Maar de polycultuur die bij jou uiteindelijk ontstaat zal altijd wat anders zijn dan die van mij. Een andere “tuinzadenbank”, grondsoort, andere druk van ziekten en plagen,....

Gelukkig hoef je als tuinier niet alles zelf te bedenken. Je kan je laten bijstaan door gebruik te maken van de combinatie die de tuin zelf voorstelt! Wat automatisch leidt tot piste 2.

 

Piste 2:de luie dimensie= laat je tuin zelf wat suggesties doen

Ik durf wel eens profiteren van wat er vanzelf verschijnt in de tuin. Want wat er uit zichzelf in je tuin gaat groeien dat groeit altijd makkelijker en uitbundiger en bovenal kost het helemaal geen werk. Waarom zelf altijd heer en meester willen spelen? Als je tuin betere ideeën heeft dan volg je die gewoon.

Van waar komen die spontane planten? Wel, hoe langer je natuurlijk tuiniert hoe groter de zadenbank aan groenten en kruiden in de je tuin zal zijn. Zeker als je werkt maakt van zaadteelt en zelfuitzaaiende groenten. Dan heb je altijd wel wat zaden die zich automatisch uitzaaien doordat je ze vergeten oogsten bent of omdat er een stukje van je zaadoogst op de grond terecht kwam. Doe daar je voordeel mee.

pastinaak

Foto: Pastinaken zaaien we al een paar jaar niet meer. Ze zaaien zichzelf uit.

Piste 3: schoonheid als uitgangspunt

Een groentetuin hoeft geen rechthoekige lap grond met strakke rijtjes te zijn. Als het even kan speel ik bij aanleg ook met bladkleur en -vorm van eetbare planten. Bijvoorbeeld verschillende kleuren blad van snijbiet, tinten groen, wat rode melde ertussen, etc... Ik zorg er voor dat er hier en daar wat bloemetjes tussen zitten zoals zonnebloem, Cosmos, eetbare chrysant, bloeiende uien,...
Het oog wil ook wat en tegelijk profiteren de bestuivende insecten mee.

Een niet te onderschatten voordeel van combinaties uit te denken met schoonheid als uitgangspunt is dat de klassieke scheiding moes- en siertuin er niet hoeft te zijn. Je hele tuin wordt omgetoverd in een sierlijke eettuin. Zeker in kleine tuinen kan dat soelaas brengen om zo geen compromis te hoeven doen en te vermijden dat je moet kiezen tussen een sier- of moestuin. Je kan ook gewoon beiden hebben.

Groentemuseum

Foto: Een mooie groentenborder die ik in 2015 tegenkwam was die van het groentemuseum in Sint-katelijne-Waver. Op de foto herken je palmkool, snijbiet, rode boerenkool, snijboon, tabak en afrikaantjes. Het groentemuseum is trouwens vast en zeker eens de moeite om te bezoeken als je geïnteresseerd bent in onze agrarische geschiedenis.

 

Voor je begint met combineren: nog wat praktische tips

Is polycultureel telen moeilijk? Absoluut niet. Het vereist alleen een heel andere manier van telen, zeker een zelf uitgezaaide polycultuur (piste 2). Als tuinier ben je misschien gewend aan het werken met zaai- en plantafstanden en rijtjes. Maar dat gaat natuurlijk niet altijd op bij deze manier van werken.

Kiemplanten leren herkennen is daarom bijzonder handig. In een klassieke moestuin kan je je gewassen herkennen omdat het die planten zijn die in een rechte rij groeien. In een polycultuur gaat dat natuurlijk niet op want alles staat kriskras door elkaar. Schoffelen kan moeilijker zijn als de gewassen vrij door elkaar groeien. Laat je daar echter niet door afschrikken want eerlijk gezegd zijn onkruiden in je border niet zo 'n groot probleem als die een heel seizoen toe gegroeid staat.
Af en toe passeer je eens langs een border en kan je er een minder gewenste spontane plant uit halen. Tegelijkertijd begeleidt je ook je gewassen. Wat bedoel ik daar mee? Wel bij sommige gewassen zoals pompoen, zonnebloem of courgette kan het nodig zijn om af en toe een blad af te breken tot het zustergewas hoog genoeg is om zijn plan te trekken. Deze sterke groeiers durven hun buren immers wel eens in de schaduw zetten. Wekelijks door je borders wandelen op je gemakje en hier en daar wat bijsturen door hier en daar een blad af te breken of een te weelderig groeiende plant uit te trekken is aan te raden.

Een ander punt van aandacht is de keuze van gewassen en de variëteiten. Niet alle planten doen het goed in “spontane” polyculturen. Klassieke uien bijvoorbeeld hebben het vaak moeilijk. Die kan je beter in een duocultuur planten of je vervangt ze door wilde, botanische uien die een heel pak sterker zijn. Ook met traditionele koolgewassen is het oppassen dat ze niet te veel in de schaduw komen te staan. Sommige gewassen zijn als de dood voor schaduw ook al is die maar heel tijdelijk. Naast het gewas is ook het ras niet onbelangrijk. Het ene ras is nu eenmaal een pak robuuster dat het andere. Je hebt slasoorten die zich overal doorheen slaan, andere leggen het loodje als de omstandigheden iets moeilijker worden.

Polycultureel telen is niet moeilijker maar vergt gewoon een andere omgang met je tuin en dat moet je als tuinier wat liggen. Je moet kunnen loslaten. Stapje voor stapje vertrouwen leggen in je tuin en durven experimenteren, daar gaat het om. Je steekt een border in gang in de aanlegfase en voor de rest ben je gewoon beheerder, een zachte hand die je team stuurt. Geen totalitaire tiran of een verlichte despoot die wil dat de planten netjes in rijtjes groeien.

 

Durf experimenteren en oogst er op los

Eigenlijk is de basis van polycultureel telen simpel. Sla aan het experimenteren. Iedere tuin is anders, iedere tuinier is anders. Ontwerp daarom je eigen eetbare borders op maat van je tuin en smaak. Je hoeft geen schrik te hebben om een combinatie uit te proberen die je niet terug vindt in een lijst met “goede en slechte combinaties”
Zie het niet te strikt. Er zijn meer combinaties die goed werken dan slechte. Dat heb ik door het experimenteren vast en zeker geleerd. Polycultuur is het perfecte voorbeeld om overvloed of schaarste uit te leggen. Als je denkt in schaarsheid dan focus je op een beperkt aantal plantencombinaties die het goed doen en vermeld staan in verschillende publicaties. Denk je in termen van overvloed dan experimenteer je er op los en zie je vanzelf dat het wel goed komt.

In zo 'n spontane tuin bloeit of groeit altijd wel iets. En wellicht het belangrijkste voordeel, heel wat ziekten en plagen worden uitgeschakeld door polycultureel beplanten. Slakken moeten meer moeite dan het rijtje volgen om je gewassen te belagen. Koolwitjes/wortelvlieg/preimot die meer hun best moeten doen om je kolen/wortelen of prei te vinden. Daarbovenop komt nog eens dat de totale oogst van je perceel stijgt!

Het kort schematje dat ik in dit artikel uit de doeken deed is om je op weg te helpen. De mogelijkheden om een polycultuur aan te leggen zijn eindeloos. Een polycultuur aanleggen kan ook in een vijver of een bloembak! Vergeet ook niet met vaste groenten en fruitbomen en -struiken te combineren of dieren aan je voedselproductiesysteem toe te voegen.

barberie eendjes

Ps: Misschien ben je nieuwsgierig, heb ik beide boekdelen van “Edible forest gardens” helemaal verslonden of niet. ik zal het maar toegeven, hier en daar heb ik zo 'n droog stukje theorie wel eens overgeslagen...