logo

Teel intensief en haal een paar honderd kilogram voedsel uit je serre

GROENTEN OOGST

 Een serre kan enorm productief zijn. Een paar honderd kilogram voedsel uit je serre halen is geen utopie. Tenminste als je het als tuinier goed aanpakt. Kan jij meer oogst uit je serre gebruiken? Dan is dit artikel geknipt leesvoer. 

 

 

 

  

 

 

 

 

Om mijn serre zo intensief mogelijk te gebruiken heb ik een eigen strategie ontwikkeld. Samengevat in één zin gaat die strategie over iedere vierkante meter dubbel en dik, horizontaal en verticaal gebruiken. In dit artikel gaat het vooral over het horizontale stuk van het verhaal. Hoe je zoveel mogelijk je bodem bedekt houdt en daar je oogstvoordeel mee kan doen. Over verticaal telen in de serre vindt je meer terug in het artikel benut je serre helemaal, teel verticaal!

Om zoveel mogelijk uit je serre te halen is een leidraad handig, noem het een geheugensteun doorheen het seizoen. Een goede teeltplanning die zorgt er voor dat we niet te veel vergeten in drukke tuinperiodes en is een handig instrument om op korte tijd heel wat bij te leren.

 

Een planning opstellen is meer dan de moeite waard

Eén van de indicatoren die je een idee geven over de intensiviteit waarmee je je serre benut is uiteraard de output, de geproduceerde oogst. Naast de geproduceerde oogst is er nog een belangrijke indicator die je kan gebruiken om de efficiëntie van je serreproductie in te schatten: de hoeveelheid blote onbeteelde grond er op ieder moment in je serre zichtbaar is.

Met blote grond worden zowel de leegliggende perceeltjes bedoeld waar helemaal niets op staat maar ook de grote stukken blote grond tussen de planten in! De foto verduidelijkt waar het over gaat. Kijk maar eens hoeveel grond er tussen de sla planten in gewoon leeg ligt.

sla

Foto: de slaplanten nemen amper plaats in. Er is duidelijk plaats voor een tussengewas wat zowel je oogstefficiëntie als bodemkwaliteit ten goede komt

 

Waarom is blote grond een indicator voor je oogstefficiëntie vraag je je misschien af? Wel, dat valt heel eenvoudig uit te leggen. Zie je blote grond in de serre dan laat je productiepotentieel liggen. Want op die plaats die vrij ligt kon je gerust nog iets anders telen. Vandaar dat een teeltplanning opstellen voor je serre een grote hulp is om blote grond te vermijden en je oogstpotentieel zo veel mogelijk te benutten.

Een serre teeltplan opstellen is helemaal niet saai. Het is eerder een uitdagende puzzel om een productief serre teeltplan opstellen omdat je van meet af aan met heel wat zaken rekening houdt.
Een serre teeltplan gaat immers een stuk verder dan een eventueel plan dat je opstelt voor de moestuin en waarbij vooral vruchtwisseling en bemesting centraal staan omdat je in de serre gewoon veel meer teelten en dus ook meer mogelijkheden hebt.

Er zijn verschillende mogelijkheden om je serre-bodem jaarrond op een productieve manier zoveel mogelijk bedekt te houden. Om het opstellen van een planning te vereenvoudigen en overzichtelijk te houden heb ik alles in een checklist met interessante tips gegoten die je kan afvinken om je op weg te helpen met het opstellen van een ingenieuze teeltplanning om je serre-bodem zoveel mogelijk bedekt te houden. Dit zorgt voor een win-win situatie voor bodem- en vochtvoorziening waarvan jij als tuinier de vruchten plukt, letterlijk dan wel.

 

Checklist teeltplanning serre

Tussenteelten

Een teelt staat in onze serre quasi nooit alleen op een perceeltje. Over het algemeen staat er nog een ander gewas “tussen geplant”.

We planten bijvoorbeeld bloemkolen op het moment dat er op het perceeltje nog een andere teelt staat die bijna oogstrijp is zoals bijvoorbeeld sla. Dan pakken de bloemkoolplantjes weinig plaats in en nemen ze al wat voorsprong doordat ze kunnen wortelen. Eens de bloemkoolplanten wat groter worden wordt de sla geruimd. En je ziet de blote grond fase valt dan helemaal weg. We ruimen niet eerst het hele perceel op na de vorige teelt en planten dan pas de plantjes maar ze gaan er vroeger in zodat de grond altijd bedekt blijft.

Om gewassen tussen te gaan telen zijn er een paar manieren waar je gebruik van kan maken.

Spoor 1, een snel tussengewas planten: Je hebt trage groeiers die veel plaats innemen en snelle jongens die kort op elkaar kunnen groeien. Neem nu opnieuw het voorbeeld van winterbloemkool, een zeer trage groeier. Die plant je ergens op een afstand van 50 X 50 cm of zelfs nog iets ruimer. Het duurt een paar (winter)maanden tegen dat de kool volgroeid is. In tussentijd kan je er allerlei andere “snelle jongens” tussen in telen. Winterpostelein als productieve bodembedekker, of zaai er melde of eetbare chrysant tussen die je al na enkele weken opeet als grote kiemplant en waarna je als tweede tussenteelt nog een rondje radijs kan zaaien. Denk ruim, doe aan cryptocropping, gebruik ook vermeende “onkruiden” zoals muur en kaasjeskruid als tussenteelt. De beste gewassen om te gebruiken als tussenteelt zijn vooral gewassen die zelf niet te hoog worden zodat ze de andere teelten niet teveel overschaduwen. Een courgetteplant bijvoorbeeld zet al na een paar weken zijn buren in het donker waardoor deze het moeilijk krijgen.

bloemkool postelein

Foto: winterbloemkool met winterpostelein als eetbare bodembedekker

 

Spoor 2, volggewas planten voor de oogst van het huidige gewas: Tussen je bladgewassen kan je in het late voorjaar tomaten planten die in de hoogte groeien. Tegen de tijd dat de bladgewassen oogstrijp zijn staan de tomaten klaar om de vrijgekomen plaats in te nemen.

 tomaat

Foto: Jonge tomaten geplant tussen sla die bijna oogstklaar is, in de achtergrond zie je Tatsoi 

 

Spoor 3, Plantgoed telen als tussenteelt lukt ook perfect: Bijvoorbeeld kool- sla-, snijbiet, basilicumplantjes, enz... die je in het voorjaar in de serre zaait om later naar buiten te verplanten. Plantgoed kan je zo perfect telen op plaatsen die onverwacht vrij komen.

 

Spoor 4, Kleinere plantafstanden gebruiken: Blad-, kool- en uigewassen hoef je niet direct op eindafstand te planten. Je kan ze in het begin lekker dicht bij elkaar zetten en naarmate ze groter worden al dunnend gaan oogsten. Dat wil zeggen dat je iedere keer dat de plantenrij dicht groeit er wat plantjes tussen uit haalt om direct op te eten waardoor de andere planten verder kunnen uitgroeien. Dat heeft heel wat voordelen. Je hoeft minder lang op een oogst te wachten en je bodem blijft bedekt. Bij blad- kool- en uigewassen eet je de plant zelf op. Volgroeid of niet je kan ze direct verorberen. Met vruchtgewassen zoals tomaat, komkommer, aubergine, courgette en dergelijke meer lukt dat natuurlijk niet omdat je eerst heel wat ruimte nodig hebt om een grote plant te telen waaraan je vruchten in een later stadium groeien. Je eet de plant zelf niet op wel de vruchten.

Ja, tussenteelten goed inplannen vergt wat ervaring. Geef jezelf tijd om bij te leren. Ontwikkel een automatisme om tussen te gaan telen en je zal heel wat meer oogst naar je keuken kunnen dragen. Het is niet erg als het niet perfect gaat van eerste keer. Volgend jaar lukt het vast wel beter. Noteer ergens wat niet helemaal ging zoals gepland zodat je er nog aan denkt het volgende seizoen en je methode kan gaan verfijnen. Om succesvol tussen te telen is het handig de groeigewoonten van je gewas te kennen. Een paar vragen die je je best stelt als je er aan begint zijn:

  • Wat is de teeltduur?: duurt de teelt drie weken of vier maanden.
  • Kan het gewas tegen concurrentie of totaal niet?: Uien bijvoorbeeld worden al snel overgroeid. Courgettes of meloenen overgroeien andere gewassen.
  • Hoe snel wordt het gewas groot?: courgette heel snel versus bloemkool heel traag.

Trouwens, interessant om weten is dat in de professionele serreteelt tot zestig jaar geleden tussen telen een standaard praktijk was om meer rendement uit de serre te halen. Door duurdere arbeidsuren en mechanisatie verdween tussenteelt van de kaart voor de professionele tuinder. Liefhebbers hebben die nadelen niet. Dus laat je creativiteit werken en verzin tussenteeltcombinaties à volonté.

 

Gebruik alle seizoenen

Te veel serres liggen gewoon leeg in de winter. Dat is bijzonder jammer. Net op dat moment kan de serre een mooi gamma aan vers groen opleveren en je totale jaarproductie sterk omhoog duwen. Ook in het winterhalfjaar heb je keuze uit een heel gamma aan produciteve serreteelten. Spinazie, snijbiet, koolachtigen zoals Chinese kool en Tatsoi, paksoi, radijs, raap maar ook prei en bladgewasen zoals winterpostelein, rucola, radicchio, enz… Keuze genoeg aan gewassen die productief zijn in de wintermaanden.

Alle seizoenen gebruiken om jaarrond te telen helpt mee je bodemkwaliteit op peil te houden omdat je een breder scala aan groenten teelt. Dit zorgt voor meer afwisseling omdat ieder gewas andere eisen aan de bodem stelt en belangrijker nog omdat ieder gewas op een andere manier een bijdrage aan de bodemopbouw levert.

 

Groenten bewaren

Een aantal gewassen (die ik het vorige puntje aanhaalde) groeit effectief in de winter. Andere gewassen, daarvan staat de groeiactiviteit in de wintermaanden op een heel laag pitje. Kropsla bijvoorbeeld schiet in de zomer bij hoge temperaturen snel op. Bij lage temperaturen is de activiteit laag. Daar kan je je voordeel uit halen door de teelt zo te timen dat de kropsla oogstklaar is in de late herfst. De groei staat dan een paar maanden nagenoeg stil waardoor je min of meer groenten aan het bewaren bent. Vers dan wel. Oogsten kan je doen wanneer je wil. Gespreid over de hele winter. Dit zogenaamd bewaren werkt goed met allerlei bladgewassen gaande van andijvie over sla, peterselie, etc...

In warme periodes groeien deze gewassen traagjes voort maar opschieten zullen ze pas doen in de lente.

 winter groenten

Fotocollage: linksboven: prei; rechtsboven: winterpostelein; linksonder: nine star perennial broccoli, rechtsonder: radicchio

 

Beperk de tijd dat perceeltjes leeg liggen

De enige periode waarin een perceeltje leeg komt te liggen in mijn serre is in de late winter. Op het moment dat de winterteelt of bewaargroenten weg geoogst zijn en de nieuwe teelt voor het vroege voorjaar nog moet gezaaid worden liggen een paar perceeltjes even leeg.

In de korte tijd dat een perceeltje leeg ligt heb je tijd om compost toe te dienen of het perceel eens goed te bedekken met sneeuw.

Om de tijd dat een perceel leeg ligt zo kort mogelijk te houden kan je volop gebruik maken van winterteelten, tussenteelten en groenten bewaren zoals uitgelegd onder vorige puntjes.

 

Diversiteit gebruiken

Hoe meer teelten waaruit je kan gaan kiezen hoe groter de kans dat je de bodem jaarrond bedekt houdt en constant kan gaan oogsten. Dat lost gelijk ook het vruchtwisselingsdilemma op.

Je houdt best rekening, in de mate van het mogelijke, met vruchtwisseling zodat tomaat of komkommer niet ieder jaar op dezelfde plaats staan. Deze tip komt zoals je ziet niet op nummer één bij het samenstellen van de teeltplanning. Toch is het niet onbelangrijk.

Het spreekt voor zich dat wanneer je serre in de zomer voor driekwart volstaat met tomaat het uiterst moeilijk wordt om een vruchtwisseling met een rotatie van 1 op 4 op te stellen (waarbij je maar om de vier jaar tomaat op hetzelfde perceel zet). Vruchtwisseling in serres wordt enorm bemoeilijkt doordat twee families oververtegenwoordigd zijn in het gamma populaire eetbare serregewassen. De nachtschadigen met (vroege) aardappel, aubergine, tomaat, paprika en ook ananaskers en de komkommerachtigen met komkommer, courgette en meloen.

Om dit euvel te verhelpen kan je gebruik maken van de diversiteit aan gewassen. Zet eens wat andere serre-gewassen zoals erwten, tuinboon, snijboon, aardbei, prei, koriander, snijbiet, spitskool, enz...die tot andere families behoren.

aardbeien sla

Foto: Een diverse serrepolycultuur. Aardbei, kropsla, snijbiet, erwt en bloeiende winterpostelein groeien gezellig samen.

 

Die diversiteit is geen blok aan je been. Integendeel, net door gebruik te maken van die diversiteit kan je een pak meer oogsten in totaliteit. Laat je niet verblinden door kilo's op korte termijn. Ja, tomaat, komkommer en courgette zijn enorm productief. Op lange termijn zorgt een te eenzijdig teeltplan voor uitputting van je bodem en een hogere kans op problemen zoals bodemgebonden schimmels en plagen. Diversiteit maakt het ook gevarieerd op je bord jaarrond. Wat vroege look die je kan oogsten in juni, een lekker vers boontje uit eigen tuin in mei, lekkere salades jaarrond en noem maar op.

De vruchtwisseling in mijn serre is zeker niet perfect. Ik haal zeker geen vruchtwisseling van één op vier. Vooral de nachtschadigen mettomaat, paprika, aubergine en vroege aardappel hebben een heel nauwe vruchtwisseling van 1 op 2 als in het in familieverband bekijk. De diversiteit in mijn serre, die is wel in orde en dat vindt ik nog veel belangrijker dan het nauwkeurig opvolgen van mijn vruchtwisseling.

Om het duidelijk in één zin te stellen, vermijd monocultuur: te grote blokken van één gewas en zorg voor een zo hoog aantal verschillende gewassen in de serre.

 

Je teeltplan samenstellen

Een vrij moment in de wintermaanden, een vel papier en potlood of een spreadsheet op de pc is al wat je nodig hebt om er aan te beginnen. Denk na welke gewassen je in je serre wil in het voorjaar, in de zomer en winter. Ga dan aan de slag met de checklist om de grond zoveel mogelijk bedekt te houden en voldoende teelten te voorzien. Maak de planning zo uitgebreid als je wil. Een voorbeeld van mijn planning voor 2016, geschetst op een kladpapier in de trein zie je hier onder. Voor mij is die schets genoeg om er mee aan de slag te gaan gedurende het seizoen.

planning serre

Tekening: mijn serreplanning voor 2016. Tussenteelten zijn niet weergegeven.

 

Je kan naast een tekening ook een kalenderlijstje maken met data waarop je best zou planten en zaaien als je dat nuttig vindt. Zelf registreer ik mijn plant- en zaaidata en de geproduceerde oogst. Handig om mijn planning bij te sturen. 

 

Een teeltplanning is niet statisch maar wel dynamisch 

Een teeltplanning is een menselijk denkbeeld, een inschatting hoe een seizoen zal verlopen. De perfecte planning opstellen daar ben ik nog nooit in geslaagd. Bijna altijd verloopt het anders en moet je je planning bijsturen. Zie je planning als een flexibele leidraad, geen starre wet. Draait het seizoen anders uit door een teelt die niet opkomt, een koud voorjaar of een natte zomer of andere zaken dan stuur je gewoon bij. We werken met de natuur mee we gaan er niet tegen in omdat het niet strookt met onze vooraf gemaakte planning. Ieder jaar is anders. Dat weet iedere tuinier. Stel je flexibel op en pas je planning aan. Op die manier haal je er het meeste voordeel uit.

De planning zorgt ervoor dat je niet te veel vergeet en een leidraad hebt, de natuur beslist waar we uitkomen. Heb je een divers serre teeltplan dan hoef je nooit te vrezen dat je te weinig zal oogsten, dat is zeker. Een bijkomstig voordeel van het opstellen van een planning is dat je sneller bijleert. Dat vindt ik tenminste. Je leert veel sneller nieuwe kansen te zien en andere oplossingen te creëren omdat je er bewust met je serre-oogstverhaal bezig bent.

Naast planning zijn er nog heel wat zaken die je kan doen om je serre-opbrengst op te krikken. Hoe je verticaal zoveel mogelijk uit je serre haalt kan je nalezen in Benut je serre helemaal, teel verticaal!

 

Automatisch getipt worden als er een nieuw artikel verschijnt? Volg de facebookpagina van haal meer uit je tuin