logo

Appelwortel (aka Yacon), een wintergroente voor zoetebekken

appelwortel in bloei

 Het is een wortel en het smaakt naar appel. Hoe gaan we dat noemen... ah appelwortel zeker. Na de aard-appelen en aard-peren hebben we nu ook de appel-wortel (Smallanthus sonchifolius) verwelkomd in de Nederlandse taal. De plant luistert ook naar de namen yacon of Boliviaanse zonnewortel. Zelf noem ik hem vaak al lachend de reusachtige plant met het mini bloempje.   

 

 

 

 

 

De appelwortel is een gewas dat vrij recent in de moestuinen van de lage landen beland is. De teelt verloopt zeer makkelijk. Van ziekten en plagen heeft de appelwortel geen last en de oogst is meer dan behoorlijk. Van één plant kan je letterlijk ettelijke kilo's appelwortels oogsten. Door dit alles stijgt zijn populariteit snel. Zowel in de moestuin als daarbuiten. Ook professionele telers hebben interesse in dit makkelijk te telen gewas met reuze producties. Niet in het minst omwille van mogelijke gezondheidsclaims verbonden aan het verorberen van de wortels. Maar zoals je misschien al weet over gezondheid schrijf ik niet te veel. De berichtgeving daarover is vaak dubbel omwille van het te sterk focussen op één specifiek aspect en de rest uit het oog te verliezen. Je kan er zelf wat meer over lezen op internet en er je mening over vormen als je dat wenst. Laten we het verder hebben over de teelt.

Je teelt een eerste maal opstarten

Wil je aan de slag met het telen van appelwortel dan kan het een uitdaging zijn om aan plantgoed te raken. In tuincentra heb ik appelwortel tot hiertoe nog niet zien liggen. Het zijn vooral gespecialiseerde handels en fervente hobbyisten die plantgoed aanbieden.

Bij appelwortel is het een beetje hetzelfde verhaal als bij aardpeer. Er bestaan rassen genoeg met diverse eigenschappen maar de plant wordt nagenoeg nooit aangeboden onder rasnaam. Meestal gewoon onder de vermelding appelwortel. Zelf weet ik ook niet welke rasnaam behoort bij mijn planten maar ik mag vast en zeker niet klagen van deze naamloze soort. 

Ga je planten geef de plant dan wat ruimte. Best laat je ongeveer een meter tussen de planten omdat ze nogal breed en hoog uitgroeien. Reken op een hoogte van 1-1.5 m en een zelfde breedte. Een volgroeide plant neemt dus ongeveer een vierkante meter in.

Zelf combineer ik appelwortel meestal in gemengde sierborders. De plant geeft volume en heeft een mooi blad. Voor de bloem moet je het niet doen. Die verschijnt pas laat in het najaar en is vanop afstand amper zichtbaar. Tot de eerste vorst zal de appelwortel een mooie verschijning in je tuin zijn. Als de eerste nachtvorst zijn intrede gedaan heeft wordt het bovengrondse gedeelte zwart en is het tijd om te gaan rooien, een slaatje te maken en de rest in de kelder te bewaren op nat zand en te wachten tot het voorjaar om opnieuw te planten. Ah ja, want het is een meerjarige groente. 

 

Appelwortel door de winter gidsen is vrijwel het enige dat je moet doen als tuinier

De teelt van appelwortel heeft slechts één echt aandachtspunt. Namelijk de plant overhouden in de winter. Appelwortel is een Zuid-Amerikaans gewas dat de vorst schuwt. Je moet de wortels van de plant op één of andere manier behoeden voor bevriezen als je opnieuw appelwortels wil produceren tijdens het volgende seizoen. Daar zijn wel een paar mogelijkheden voor die je al dan niet kan combineren met het tegelijkertijd vermeerderen van de plant. Twee werken in één klap als je wil. Als dat niet mooi is.

Een eerste mogelijkheid om de plant te vermeerderen is bij de oogst, de plant sterk terug te knippen en in een grote pot te planten. De pot kan je dan wanneer in een vorstvrije ruimte zoals een garage of kelder plaatsen. Mijn potten verhuizen na het rooien naar de kelder waar ze overwinteren tot omstreeks de tweede helft van april. Dan plaats ik de dorre planten, die er op het eerste zicht dood uitzien, gewoon buiten (opletten voor nachtvorst!). Ik geef de pot één keer voldoende water en een viertal weken later verschijnen de eerste scheuten. Na het wijken van het vorstgevaar rond half mei plant ik de appelwortel in de grond.

Een andere optie die ik gebruik om planten over te houden en tegelijk te vermeerderen is een topstek nemen in het najaar. In het najaar is de plant zeer groot en heeft vele scheuten. Je kan een stek nemen van de toppen van de kruidige scheuten voordat de plant begint te verdorren en in een potje binnenshuis plaatsen. Ik zet de pot met stekken in een onverwarmde ruimte voor een raam dat geen direct zonlicht krijgt. De pot (met stekken) zelf steek ik in een doorschijnende plastic zak (een boterhamzakje of iets dergelijks) om een voldoende hoge luchtvochtigheid te behouden zodat de stekjes, die nog geen wortels hebben, niet kunnen uitdrogen. Na een maand of twee zijn de stekjes geworteld en kan je de zak wegnemen. In het vroege voorjaar kan je ieder plantje in een apart potje plaatsen om ze zo alvast wat te laten uitgroeien alvorens de plant rond half mei in de grond te planten. Bij het planten plaats ik soms een afgesneden pet fles over de planten om ze de eerste weken toch wat op gang te helpen.

Het is nog niet gedaan met de mogelijkheden om de plant over te houden en te vermeerderen. Je kan ook de knollen overhouden. Nu is er wel iets speciaal met de knollen dat wat extra uitleg vergt. De plant heeft verschillende soorten knollen. Ik kan je gerust stellen. De verschillende soorten knollen zijn makkelijk uit elkaar te houden. Het zit hem in de ogen. Sommige knollen hebben ogen andere niet. Die zonder ogen, de dikke, eet je op. De andere met ogen kan je ook opeten maar ook gebruiken voor vermeerdering.
Beide soorten knollen bewaar ik in nat zand om het uitdrogen en verschrompelen er van te verhinderen. Dan zijn ze makkelijk een winter lang te bewaren om ze opnieuw uit te planten of gewoon om ze op te eten.

knollen en blad

Foto: linksboven: van links naar rechts zie een knol met ogen, en consumptieknollen; rechtsboven: al de soorten knolllen aan de plant; linksonder: pot appelwortel die net begint uit te schieten in het voorjaar; rechtsonder: een plant ongeveer een maand na het uitschieten van de knollen

 

Culinair experimenteren met appelwortel

Nu we het toch over het eten van appelwortels hebben. Waar zeker nog nood aan is zijn goede recepten voor het bereiden van de knollen en de wortel wat bekender te maken bij het grote publiek. Alvast kan ik er ééntje aanbevelen. Appelwortel lijkt goed samen te gaan met sinaasappel. Bij een slaatje van appelwortel voeg ik een sinaasappel die in fijne stukjes gesneden is. Een salade met een lekkere frisse smaak voor de donkere maanden. Want dat is nu net zo speciaal aan appelwortel. De verfrissende zachte zoete smaak.

Receptje appelwortelsalade:

  • schil de appelwortels en rasp ze
  • snij een geschilde sinaasappel in stukjes en voeg ze bij de geraspte appelwortel. Als je geen verse sinaasappel hebt kan je ook sinaasappelconfituur gebruiken maar dan is de salade een stuk zoeter

 

 

De teelt van appelwortel in het kort

  • Op zijn definitieve plaats buiten planten na half mei ivm vorstgevaar.
  • Geef de plant ruimte. Tegen het einde van de zomer neemt hij ongeveer één vierkante meter in.
  • De plant wordt 100 à 150 cm hoog. Plaats hem niet vooraan in een border ivm beschaduwing andere gewassen. Het mooie blad combineert mooi in een sierborder.
  • Rooi de plant pas na de eerst nachtvorst. De plant begint pas in de herfst knollen te vormen. Oogst je te vroeg (bijvoorbeeld begin oktober) dan zullen de knollen aan de kleine kant zijn.
  • Appelwortel is een meerjarige groente. Je kan de plant volgend voorjaar terug opnieuw planten door planten en knollen vorstvrij te bewaren.

Automatisch getipt worden als er een nieuw artikel verschijnt? Volg de facebookpagina van haal meer uit je tuin