logo

Biotuinieren zonder zorgen: kies het juiste ras

moestuin gaasbeekStel: je wil prei kweken of een appelboom planten. Dan heb je de keuze uit een overweldigend aantal rassen. Waar moet je dan op letten om de juiste keuze te maken? Voor wie tuiniert is ras geen beladen term. Het ene ras groente of fruit is het andere niet, daar komt het ongeveer op neer. De keuze van het ras waar je mee aan de slag gaat, is van enorm belang. Een belang dat dikwijls onderschat wordt. Om succesvol te tuinieren zouden we beter over rassen spreken in plaats van gewassen. Want het ras, dat is de alpha en de omega tegelijkertijd.


De wetenschap stelt dat de opbrengst van een gewas bepaald wordt door de genen, kortweg het ras, en de omgeving waarin je dat ras kweekt, de tuin zeg maar. Uit deze simpele formule kan je makkelijk afleiden dat je niet van ieder ras dat je in je tuin neerpoot een overvloedige oogst kan verwachten. Witte kolen bijvoorbeeld kan je telen in Zweden maar ook in Turkije. Het klimaat is in beide landen nochtans zeer verschillend. Een Turks witte kool ras gebruiken in Zweden is dan ook geen voor de hand liggende optie. Daglengte, winterkou en zomerse temperaturen zijn totaal verschillend in beide landen. Een bewuste rassenkeuze gaat verder dan een ras kiezen dat geschikt is voor jouw streek. Kies ook een ras dat thuishoort in een (moes)tuin.

Rassen voor de tuin

Tuiniers spiegelen zich vaak aan professionele tuinderspraktijken. Ze gebruiken dan ook dikwijls dezelfde rassen. Eigenlijk wringt daar het schoentje. Heel wat van die rassen passen niet bij amateurtuinen en -tuiniers. Waarom? Wel, in de professionele sector worden rassen gebruikt die veredeld zijn uit het oogpunt van maximale opbrengst, oogstgemak (alles op hetzelfde tijdstip oogstbaar) en handelskwaliteit zoals ‘shelf life’ (te vertalen als ‘uitstalleven’: verse groenten zijn vaak vijf dagen onderweg in de distributieketen van veld tot consument en dan moeten ze nog toonbaar zijn). Planten worden maximaal in de watten gelegd en op allerlei manieren beschermd tegen ziekten en plagen. Smaak is amper van belang want je wordt als land- of tuinbouwer betaald per kilo product en niet op basis van smakelijkheid.

Kortom, alles wat we willen als tuinier staat haaks op de realiteit in de professionele tuinbouwsector. Tuiniers hebben behoefte aan rassen die passen bij hun manier van werken. Rassen die robuust zijn, die floreren zonder gewasbescherming en die vooral lekker zijn. Daar doen we het voor. Waarom willen we dan steeds die professionele praktijken kopiëren?

 

boontjes voor de industrie

Foto: Boontjes die allemaal gelijk rijp zijn, zijn een must bij machinale oogst. Geef mij maar een ras zoals Cobra of Limburgse vroege die geleidelijk aan boontjes produceert over een lange periode. Eén keer planten, heel lang plukken.

 

Oogstspreiding

Oogstspreiding is cruciaal voor wie een heel seizoen lekkers wil oogsten. Gebruik je een te beperkt palet aan rassen in de tuin, dan is het resultaat een hungry gap om u tegen te zeggen. Neem nu appels. Professioneel gebruiken telers een handvol rassen die jaarrond in de koelcel bewaard worden. Kopieer je dit in je tuin, dan zal je slechts een paar maanden appelen van eigen oogst kunnen eten. Want goed bewaren zal moeilijk lukken in een gewone koelkast. Fixeer je niet op energievretende koeltechniek. Maak gebruik van biodiversiteit. Plant een selectie aan rassen en je kan maandenlang appels uit eigen tuin eten. Van de vroegste in juli tot bewaarappels in april.

 

diversiteit appels

Foto: Zelfs doorwinterde fruitboeren weten vaak niet dat er appels zijn die je op 20 juli al kan plukken. Denk maar aan July Red, Early Golden, Nico, Beauty of Bath en Mantet. Keuze aan smaken genoeg, voor ieder wat wils. (foto genomen op de jaarlijkse fruittentoonstelling van de Nationale Boomgaardstichting)

Een ander voorbeeld zijn aardbeien. Je plant een perceeltje van enkele vierkante meters. In juni pluk je ongelooflijk veel aardbeien. Zoveel dat je ze vers niet op kan en ze moet verwerken in confituur, ijscrème, enzovoort. De rest van het seizoen kan je geen aardbeien meer plukken. Dat is jammer want door te spelen met rassen kan je heel het seizoen door, vaak tot november, beschikken over verse aardbeien uit je tuin. Concreet: plant tenminste twee rassen. Eén junidrager gevolgd door een doordrager.

 

aardbeipiek

Foto: Juni is de traditionele aardbeimaand. We plukken liever 20 kg aardbeien gespreid over zeven maanden dan 20 kg in één maand.

Hetzelfde geldt voor groenten. Winterbloemkolen bijvoorbeeld groeien niet in de zomer. De zomerrassen zijn niet geschikt voor een winterteelt. Daarom gebruik je verschillende rassen om het hele seizoen lang bloemkool te kunnen oogsten uit je tuin. En aardappelrassen delen we in volgens oogstperiode in vroege, middentijdse en laat oogstbare rassen. De vroege rassen zijn veredeld op vers gebruik. Bewaren lukt slecht.

 

Culinaire kwaliteiten

Wie tuiniert en zelfvoorzienend leeft, denkt niet enkel aan het teeltgemak. De makkelijkste groeiers zijn niet altijd de lekkerste. We kweken vooral om lekkere dingen te eten uit eigen tuin. De culinaire kwaliteit weegt daarom hard door als we rassen kiezen. We bekijken twee soorten groenten even van dichterbij.

Tomaten
Wie zelfvoorzienend in tomaten wil zijn, heeft er een heel pak nodig. Een kilo of honderd op jaarbasis. Waarom zoveel, vraag je je misschien af? Ga maar eens na in hoeveel gerechten tomaten gebruikt worden. Van ketchup en pastasaus over pizza tot stoofpotjes. In al die gerechten worden tomaten gebruikt. Het is niet voor niets dat de tomaat jaar na jaar de populairste groente is.

Eén ras gebruiken voor alle soorten bereidingen is mogelijk, maar niet ideaal. Het geeft je extra werk en een minder goede smaak en textuur op het bord. Een goede saustomaat is niet ideaal om zongedroogde tomaten mee te maken. Daar heb je net droge tomaten voor nodig. Verschillende rassen gebruiken is daarom de boodschap. Zelf hebben we altijd een ras of dertig tomaten staan. Een stuk of zeven rassen behoren tot ons vaste repertoire. De rest zijn nieuwe rassen die we één of twee seizoenen uittesten. Bevallen ze niet, dan verdwijnen ze uit de tuin.

 

gedroogde tomaten

Foto: Iedere soort tomaat heeft zijn gebruik. Varenbladtomaten voor de eerste zomerse salades (omdat ze vroeg zijn) en saus, Blush en Heart of Orange voor kleurrijke salades, paprikatomaten voor warme vulgerechten en gedroogde tomaten, Sanka voor koude vulgerechten, enzovoort.

Pompoenen
Eigenlijk moeten we meer namen voor pompoen introduceren in onze taal. De naam pompoen dekt een veel te grote lading aan verschillende vruchten. De gekende grote kiloknallers zoals Vif d'Etampes kunnen qua smaak in de verste verte niet tippen aan de kleinere muskaatpompoenen zoals Butternut en Futsu Black of overheerlijke courgettes zoals Delicata en Sweet Dumpling. Smakelijke rassen die je kan roosteren in de oven, waarmee je taart of lasagne kan maken en die niet veroordeeld worden tot soeppompoen omdat ze te flets smaken en teveel water bevatten. De kleinere smaakpompoenen kan je trouwens vlot twee jaar bewaren. De grote kiloknallers amper een paar maanden.

pilav en pizza

Foto: Smakelijke pompoenen kan je gerust eten als hoofdgerecht, tenminste als je kiest voor lekkere rassen.

 

Trek je plan: ziekteresistentie

Afhankelijke planten, dat is helemaal niet wat je wil hebben als tuinier. Je tuingewassen moeten hun plan kunnen trekken. Je wil immers ook wel eens op vakantie. Door resistente of tolerante rassen te kiezen, bespaar je je heel wat werk en teleurstellingen. Eén van de beste introducties van het laatste decennium vind ik de Phytophthora resistente aardappelrassen. Denk aan rassen zoals Bionica, Triplo, Sarpo Mira, enzovoort. Zo kan je aardappelen telen zonder er naar om te kijken en je zorgen te maken over het al dan niet besmet raken van je knollen.

Er bestaan niet alleen resistente aardappelrassen. Ook bij tal van andere commercieel geteelde rassen wordt gewerkt aan resistenties. Bijvoorbeeld:

  • spinazie met resistentie tegen wolf (valse meeldauw),
  • schurftresistente appelen
  • sla die resistent is tegen slaluis.

Let wel op, vaak worden de termen resistentie en tolerantie door elkaar gebruikt. Toch is er een belangrijk verschil. Neem nu krulziekteresistentie bij perziken. Bij mijn weten is er geen enkel perzikras volledig resistent tegen krulziekte, ook al wordt dat vaak beweerd in de handel. Er is wel een enorm verschil in tolerantie of vatbaarheid voor de krulziekte. Sommige rassen zijn extreem gevoelig en worden bij wijze van spreken al ziek als je het woord krulziekte uitspreekt. Anderen kunnen wel wat hebben en vertonen enkel onder extreem slechte weersomstandigheden krulziekte of ze worden wel ziek maar ondervinden er weinig schade van (bijvoorbeeld de rassen Benedicte en Fertile de Septembre).

Het is belangrijk om op zoek te gaan en gebruik te maken van tolerante en resistente rassen. Zeker bij meerjarige planten zoals fruitgewassen. Bij eenjarigen doet een foute keuze niet zo veel pijn. Dan begin je het volgende jaar opnieuw met een ander ras. Bij meerjarige gewassen is goed kiezen bij aanplant belangrijker. Als je na vijf jaar opkweken aan een boom tot de conclusie komt dat hij altijd ziek wordt, is dat behoorlijk frustrerend om het zacht uit te drukken.

bloedluis appel

Foto: De linkse appelboom is sterk aangetast door wollige bloedluis, de rechtse boom niet. Beide bomen staan op dezelfde onderstam. De omgeving is hetzelfde, het ras is het enige verschil.

 

Opbrengstkwaliteit en hoeveelheid

Door gericht te veredelen kan je een gewas verschillende kanten opsturen. De productie opdrijven bijvoorbeeld. Framboos is zo'n gewas waar enorme sprongen gemaakt zijn. Vruchten van moderne rassen zijn groot, meer dan verdubbeld tegenover 25 jaar geleden. Dat scheelt bij het plukken. Ook bij veel andere tuinbouwgewassen waar handmatig oogsten heel wat tijd neemt, zie je die evolutie. Esmee is een rucolasoort die niet alleen snel groeit maar ook een heel breed blad heeft. Erbette is een snijbietsoort met een groene kleur, fijne rib, meer bladmoes en snellere groei dan de gekleurde snijbietsoorten. Ook vermeldenswaardig is Cobra, een klimmende prinsessenboon met enorm lange peulen. Niet bukken en snel plukken is het motto als je dit ras gebruikt.

rucola

Foto: Merk het verschil tussen (wilde) fijnbladige rucola en het grote blad van Esmee.

Spannende en handige (interne) kwaliteiten van een gewas worden ook sterk bepaald door het ras. Laten we eerlijk zijn: het oog wil ook wat. We hebben ook graag eens iets speciaals op het bord: van gele prei tot donker gekleurde worteltjes, zwarte pepertjes of paarse boontjes. Het hoeft trouwens ook niet altijd over smaak en uitzicht te gaan. Er is steeds meer aandacht voor het gehalte aan ‘extra gezonde’ stoffen in groenten en fruit: tomaten die meer van de antioxidant lycopeen bevatten (bijvoorbeeld Tangerine tomato’s), rozenbottels van het ras Piro 3 die een zeer hoge concentratie aan vitamine C bevatten, pepertjes zoals de Carolina Reaper die verschrikkelijk heet zijn. Niet zozeer om op te eten, wel vooral om indruk te maken. Kan ook belangrijk zijn.

 

Bouw een eigen collectie op

Geen twee tuiniers zijn hetzelfde, geen twee tuinen gelijk. Kies voor rassen die bij jouw smakenpalet en je tuin passen. Bouw jaar na jaar een eigen collectie op. Het vraagt wat moeite maar het is het meer dan waard. Op die manier hou je trouwens ook mee onze eetbare biodiversiteit in stand. Waar haal je de info over die rassen en zaadjes, vraag je je misschien af? Nog snel twee tips om af te ronden.
Proef je plant: in de maand augustus worden er door liefhebbers op verschillende plaatsen tomatenproeverijen georganiseerd. Op zo'n proeverij hoef je niet droogweg een tomatenras uit een catalogus te kiezen. Je kan ze proeven en eventueel zaadjes meenemen. Dat is heel wat waard want smaak is en blijft iets persoonlijk. De ene wil een droge tomaat, voor de andere kan het niet sappig genoeg zijn. Ook voor fruit worden er in het najaar jaarlijks proeverijen georganiseerd.

tomatenproeverij

Foto: op een tomatenproeverij kan je proeven voor je het ras zelf plant.

Elke winter worden er ruilbeurzen georganiseerd (bijvoorbeeld Reclaim the Seeds). Ook bevlogen liefhebbers en andere initiatieven in binnen- en buitenland stellen startmateriaal beschikbaar via ruillijsten of zadenacties (bijvoorbeeld: Association Kokkopelli, samenaankoop zaden Velt en de zadenactie Haal meer uit je tuin).
Veel succes met het opbouwen van je rassencollectie!

Alexander Kerbusch
Haal meer uit je tuin vzw

Dit artikel verscheen eerder in het ecologisch magazine de Koevoet.