logo

Oude rassen bewaren is broodnodig /nieuwe rassen ontwikkelen ook

diversiteit bonenWelke rassen gebruik je best in de tuin? Oude of nieuwe? Nuance is op zijn plaats vooraleer we zomaar in vakjes van oud of nieuw gaan denken. Beide zijn nodig. Waarom? Oud is niet altijd aangepast aan onze smaak en keukenverwachtingen. Nieuwe rassen zijn niet altijd aangepast om door tuiniers in een tuin verbouwd te worden zonder overdreven in de watten gelegd te worden... Kortom het is geen zwart-wit verhaal.

 

 

 

 

Introfoto: genomen in de Nationale plantentuin van Meise waar Guy Dirix (belleepoquemeise.be) een stukje van zijn bonencollectie tentoonstelde in het kader van het jaar van de peulvruchten.

 

Nostalgie is mooi maar....

Een mooi aspect van oude rassen zijn hun nostalgisch klinkende namen die een vleugje romantiek oproepen. Rassen van één of twee eeuwen terug hebben zeemzoet klinkende namen zoals bijvoorbeeld “Merveille de quatre saisons” (een oude slasoort) of “Noir des Carmes” (befaamde meloen). Terwijl ik namen van dit kaliber lees begin ik al een oude papiergeur gewaar te worden van zo 'n tuincatalogus van voor het tijdperk van de kleurenfoto 's.

Nostalgie is een niet te onderschatten troef om oude rassen aan te wenden in de tuin maar er zijn belangrijkere redenen om ze te bewaren en door te ontwikkelen dan nostalgie. Om onze voedselproductie in de toekomst veilig te stellen en te verduurzamen bijvoorbeeld.

 

Waarom oude rassen bewaren en nieuwe ontwikkelen?

Ik ben absoluut gewonnen voor het verzamelen en gebruiken van oude rassen. Chapeau voor mensen die in hun eigen tuin zowaar een mini-genenbank oprichten om rassen en selecties waar tuinders of liefhebbers ooit veel werk in gestoken hebben te redden van de ondergang.

Naast het verzamelen van oude rassen ben ik ook een zeer groot voorstander van het creëren van nieuwe. Waarom? Wel, als we steeds zouden vasthouden aan het gebruik van oude rassen zouden er geen nieuwe meer ontwikkeld worden. Als men bijvoorbeeld in 1850 zo geredeneerd zou hebben dan hadden wij vandaag geen oude rassen want toen waren het nieuwe. Volg je nog? :-)

Waarom is het zo belangrijk dat er nieuwe rassen ontwikkeld worden?
Omdat de natuur niet statisch is maar wel uiterst dynamisch.

 

Niet alles ligt in Spitsbergen...


Ik sta af en toe voor de klas als interim leraar tuinbouw. Waar het hart van vol is loopt de mond van over. Ik kan het dan ook niet laten het te hebben over het belang van het bewaren van onze eetbare biodiversiteit. Als ik over dat thema begin kan je er om wedden dat binnen de twee minuten mij iemand onderbreekt met de opmerking: “maar meneer, de zaden van alle soorten liggen toch in de kluis in Spitsbergen”. 
Dit is uiteraard een groot misverstand. In de Svalbar global seed vault in Spitsbergen liggen enkel de zaden die mensen daar ingestopt hebben. Dat is slechts een selectie van de eetbare biodiversiteit. Niet alle rassen zijn er vertegenwoordigt. Liefhebbers spelen een belangrijke rol in het bewaren van de rest van onze eetbare biodiversiteit. Of beter gezegd wat ons nog rest. Moestuinen zijn immers niet onderhevig aan economische wetmatigheden. Tuiniers moeten er hun boterham niet mee verdienen zoals professionele telers dat wel moeten.

erwt 40 dagen

Foto: Deze erwt  'Quarante jours sans parchemin' was bijna voorgoed verdwenen. Gepassioneerd zadenteler Lieven Decrick vermeerderde zaden in eigen tuin en deelde die. Op die manier zorgen liefhebbers er voor dat rassen behouden blijven.

 

De natuur is dynamisch, een zuiver ras statisch

Alles in de natuur is onderhevig aan verandering over de jaren heen. Het klimaat veranderd, de bodemsamenstelling veranderd. Kortom het hele ecosysteem is aan constante verandering onderhevig. Om een hoofd te bieden aan veranderingen is iedere soort “geëvolueerd”. Een chique term om te zeggen: door geslachtsgemeenschap heeft iedere soort zich kunnen aanpassen aan zijn veranderende omgeving.

Sex oftewel geslachtsgemeenschap is geen “pleziertje” uitgevonden door mensen maar een mechanisme van de natuur om zich te kunnen aanpassen aan die eeuwig veranderende omgeving. Of we nu praten over bevruchting bij planten of bevruchting bij dieren en mensen. Het principe is hetzelfde. Door uitwisseling van genetisch materiaal in de vorm van stuifmeel of sperma kan het genetisch materiaal van generatie tot generatie aangepast worden waardoor “problemen” zoals gevoeligheid voor ziekten kunnen opgelost worden door aanpassing van de genetische code.

Een voorbeeld van zo ’n “probleem” in de tuin kan zijn dat je aardbeiplanten aangetast raken door meeldauw.

Meeldauw (Sphaerotheca macularis ) is een schimmel die van tijd tot tijd zijn genetische code optimaliseert door geslachtelijke voortplanting. Indien jij nu jaar in jaar uit hetzelfde ras aardbei gebruikt dat in stand wordt gehouden door stekken* om de raszuiverheid te behouden dan krijgt de schimmel een voordeel. Namelijk dat de schimmel wel zijn genetische code kan aanpassen en de aardbeiplant niet. Dit verhaal gaat niet enkel op voor meeldauw bij aardbei maar voor talloze teelten en hun belagers.

De oplossing ligt in het gebruik van diversiteit. Maar dat is buiten onze manier van landbouw bedrijven gerekenend.

*Bij stekken en enten is iedere plant een exacte kopie van de ouders. Je laat het ras niet vrij of spontaan kruisen waardoor de genetische code niet kan wijzigen

 

aardbeienveld

Foto: Zo ver je kan zien planten van hetzelfde ras aardbei. We maken het belagers makkelijk op die manier.

 

Veredelingsprogramma 's zijn geen overheidsinstellingen meer

Het is noodzakelijk om nieuwe rassen te blijven ontwikkelen om de belagers een stapje voor te zijn en onze gewassen continu aan te laten passen aan wijzigende (klimaat)omstandigheden. Toch is dat niet wat we doen als je het globaal plaatje bekijkt.

We maken het plagen en ziekten extra makkelijk doordat we als tuiniers vaak meehelpen met het op grote schaal aanplanten van dezelfde rassen die in de professionele teelt gebruikt worden. Het aardbeiras Elsanta staat overal zowel op tuinbouwbedrijven als in tuinen, hetzelfde met Conference peren, Jonagold appels,.. Laten we het niet enkel over fruit hebben. Dit verhaal gaat op voor iedere teelt. Prei- en slarassen worden niet enkel voor tuinen ontwikkeld. Zaadhuizen en veredelaars produceren immers niet afzonderlijk voor de kleine markt van hobby tuiniers maar ook voor de professionele markt wat hun een schaalvoordeel oplevert. Vanuit het standpunt van de ziekte of plaag gezien loont het daarom om zich te specialiseren in een bepaald ras omdat mensen het toch voor hun (teelt)gemak in grote hoeveelheden, lees monoculturen, aanplanten.

In het veredelen van nieuwe rassen ligt de oplossing. Door nieuwe rassen te ontwikkelen of spontaan te laten ontstaan door vrije kruisingen kunnen we onze voedselgewassen een voordeel bezorgen tegenover hun belagers. En daar komen oudere rassen bijzonder goed van pas. “Widening the genetic base” is een noodzaak, zo klinkt het tegenwoordig bij veredelaars. Want vaak hebben oude rassen een heel andere “genetische basis “ dan onze huidige rassen waardoor terug kruisen met een oud ras verrassende resultaten kan opleveren. Ze leveren bij wijze van spreken nieuw bloed in een selectielijn want nieuwe selecties zijn over het algemeen een door veredeling van een goed bestaand ras. Heel vaak kan dat nieuw bloed een voordeel opleveren qua ziekte- en plaaggevoeligheid of andere interessante kwaliteiten

Maar... veredelaars moeten ook luisteren naar de markt. “The market is king”, je mag nog het meest resistente ras hebben. Als de groente- en fruithandel er niet in geïnteresseerd is zal het niet verkopen. Veredelingsprogramma 's zijn geen vzw 's of overheidsinstellingen meer zoals dat vroeger wel het geval was. Ze zijn geprivatiseerd en er moet geld verdient worden. Professionele veredelaars kruisen daarom niet zo maar waar ze zin in hebben. Neen, ze moeten luisteren naar de markt. En de markt die dicteert uniformiteit.

 

Het schoentje wringt ergens anders: de dictatuur van uniformiteit

In dit artikel heb ik tot hier toe rassen aangeduid met het etiket oude rassen of het etiket nieuwe rassen. Rassen aanduiden met oud of nieuw en daar bijgevolg een gebruikswaarde op gaan plakken is wat kort door de bocht gaan.

Dikwijls wringt het schoentje in de discussie rond oude en nieuwe rassen ergens anders. Oude rassen zijn veredeld met een hele andere set vereisten dan de nieuwe. Een ras uit 1850 komt uit een tijd van een minder machinale landbouw maar ook een tijdperk met een ander smaak- en eisenpatroon van de consument. Het veredelingsproces zelf was toen ook helemaal anders. Er werd lokaal veredeld door zo wat iedere teler en dit alles gebeurde voor een lokale markt. Standaardisering van groenten en fruit bevond zich nog in een prille fase.

graan

Foto: Granen zijn een goed voorbeeld van centrale veredeling. De landrassen zijn verdwenen. Nu worden er in verschillende teeltgebieden dezelfde rassen gebruikt ongeacht verschillen in klimaat, grondsoort, etc... Een mooie quote rond dit thema uit het boek van Dan Barber “The third plate, field notes on the future of food”: "Breeding for greater distinction rather than dumbing down wheat in an effort to make it grow everywhere"... (p. 422)

Die non-uniformiteit had zo zijn voordelen. Iedere streek had wat andere rassen aangepast aan het lokale klimaat en de smaak van zijn bewoners. Door de combinatie van al deze zaken kan het zijn dat de oude rassen daarom zowel op teelttechnisch als op het vlak van smaak heel anders zijn dan nieuwe. Maar dat is omdat we de discussie misschien verkeerd voeren. Of beter gezegd mekaar verkeerd verstaan.

Nieuwe rassen zijn vaak rassen uit de landbouw. De land- en tuinbouw is ontzettend veranderd op die 167 jaar (1850 tot op heden) en er is anno 2018 een grote kloof ontstaan tussen hoe een tuinier een gewas teelt en hoe een landbouwer hetzelfde gewas teelt. De landbouwer met gespecialiseerde machines van grondbewerking tot oogst, de tuinier vooral handmatig. Op heden is tuinieren daarom amper nog te vergelijken met de professionele land- en tuinbouw. Is het dan logisch dat we in de tuin zoveel rassen gebruiken afkomstig uit de professionele sector? Dat tuiniers ook rassen gebruiken die ontwikkeld werden om een uniform product af te leveren (en te gedijen bij een teelt met heel wat kunstmatige ingrepen zoals kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen) en dat de concurrentie met buurplanten zonder verregaande zorg van de tuinier niet kan aangaan? Dat is uiteraard niet wat tuiniers nodig hebben. Tuiniers hebben nood aan rassen die veredeld zijn met de uitgangssituatie van een tuin. Rassen met een zekere robuustheid tegen ziekten en plagen en die hun mannetje kunnen staan in de tuin zonder overdreven veel tussenkomst van de mens.

industriebonen

Foto: Zelf gebruiken we in de tuin een mengeling van nieuwe en oude rassen. Wat belangrijker is dan het feit of ze oud of nieuw zijn is dat ze passen binnen onze criteria gebruik: lekker, productief en zorgeloos. Daar gaan we voor. Uniformiteit kan ons weinig schelen. Boontjes die allemaal gelijk afrijpen zijn een must bij machinale oogst. Geef mij maar een ras zoals Cobra of Limburgse vroege die geleidelijk aan boontjes produceren over een lange periode. Eén keer planten, lang plukken.

Uniformiteit zoals die vereist wordt in de land- en tuinbouw, dat speelt een heel pak minder in de tuin. De oogst in een tuin moet absoluut niet uniform en conform handelsnormen zijn. Alle zelf geteelde wortels moeten niet dezelfde maat hebben. Waarom? De grote gebruik je misschien om ze te raspen, de kleintjes om op zijn geheel te gebruiken als snack met een dipsausje.

 

Waarom is uniformiteit zo belangrijk in de land- en tuinbouw

Gedurende de 20ste eeuw is uniformiteit in de land- en tuinbouw uitgegroeid tot een uiterst belangrijk aandachtspunt. Daar zijn een aantal redenen voor. Wellicht de belangrijkste is het opschalen van de oppervlakte per landbouwbedrijf in samenhang met steeds minder beschikbare arbeidskrachten. Mensen verlieten de primaire sector en gingen aan de slag in andere takken van de economie. Machines verschenen prominent in beeld en moesten de klus klaren. Wil je bijvoorbeeld machinaal wortelen oogsten dan moet je heel veld ineens klaar zijn en liefst hebben al die worteltjes ongeveer dezelfde grootte, kleur, diameter,... Ook in gewassen die niet machinaal geoogst worden zoals bijvoorbeeld appelen is uniformiteit belangrijk. Arbeidsuren zijn duur. Je wil als teler zoveel mogelijk appelen kunnen plukken per uur en oogstbeurt. Iedere plukker moet zeker 300 kg/uur kunnen plukken of je schiet er bij in want de prijzen die zijn niet om over naar huis te schrijven. Die uniformiteit komt opnieuw in beeld als je die appel wil verkopen in het reguliere handelskanaal. Te kleine appels die verdwijnen bij het sorteren bij de persappels (rebut). Daar krijg je nagenoeg niks voor. Te grote appels ondergaan vaak hetzelfde lot. Enkel de appels met de juiste diameter, meestal tussen de 70-max.85 mm, kan je afzetten onder klasse 1. Er komt dus enorm veel bij kijken. Want ook de hele voedselindustrie is geënt op uniformiteit van landbouwproducten. De bakker om de hoek wil uniforme appels die passen op zijn uniforme taarten. Daarom moeten de appelschijfjes die hij aankoopt bij een “schellerij” de juiste maat hebben zodat er steeds precies evenveel schijfjes op die taart passen. Je ziet hoe complex de hele keten in elkaar zit. Die complexiteit speelt bij zowat ieder landbouwproduct en zorgt voor een steeds verdere uniformisering van de hele keten.

framboos

Foto: Uniformiteit speelt bij alle land- en tuinbouwgewassen. Ieder potje frambozen moet er zo gelijk mogelijk uit zien. Kiezen voor rassen met een uniforme vruchtmaat en vruchten sorteren zijn daarom een must bij afzet in het reguliere handelskanaal. 

 

 

Kruis gewassen, deel zaden en help andere tuiniers

Willen we de cirkel sluiten dan moet de biodiverse tuin doorgetrokken worden tot bij het startmateriaal. Diverse rassen aangepast aan de lokale omstandigheden en aan de diversiteit van tuiniers. Aan hun stijl, smaken, grondsoorten en microklimaten.

Wie zal die rassen voor tuinen gaan ontwikkelen? Dat is een goede vraag. Kijk maar eens rond. Hoeveel bedrijven ontwikkelen rassen speciaal voor tuinen en tuiniers? De regelgeving en versnipperde markt maken dit commercieel weinig interessant. Ontwikkeling van nieuwe rassen geschikt voor de tuin, voor en door tuiniers lijkt de meest voor de hand liggende optie.

Iedere tuinier kan daar zijn zaadje aan bijdragen. Een favoriet gewas waar je je goed bij voelt kan je min of meer adopteren.
De ene is fan van bonen, de andere zot van tomaten, een derde dan weer van asperges. Je teelt zaad van je favoriete gewas en kan dit delen met andere tuiniers die weer een ander ras geadopteerd hebben en dit met jou kunnen delen.

Je kan natuurlijk nog een stapje verder gaan en je eigen ras ontwikkelen waarvan je de zaadjes ook weer kan delen met andere tuiniers. Mensen die graag precisiewerk doen kunnen gaan voor een moeilijker gewas zoals suikermaïs. Anderen die liever wat bruter werk doen misschien pompoen of courgette. Keuze genoeg. De diversiteit aan gewassen is fenomenaal. Eénjarige groenten, meerjarige of fruit het kan allemaal. Er zijn opportuniteiten genoeg voor zowel verzamelaars als ontwikkelaars van tuinrassen, oud of nieuw.

Wat we allemaal kunnen doen: (in volgorde van moeilijkheidsgraad en tijdsinvestering)

  • Steun kleine zaadhuizen en verenigingen zoals:
    De Bolster, cycle-en-terre, Bingenheimer die rassen ontwikkelen voor kleinschalige en duurzame landbouw. De nieuwe tuin, Belle Epoque (Guy Dirix), De tuin van toen, Haal meer uit je tuin :-) (in het najaar doen we een zadenactie waarbij er een 50 tal gewassen in de kijker staan) 
  • Maak kennis met diversiteit. Teel eens iets anders dan de standaardzaadjes uit het tuincentrum. Inspiratie nodig? Je kan je zoektocht beginnen bij de oranje lijst  en de brochure zeldzame groenterassen in de etalage van het centrum voor genetische bronnen in Wageningen
  • Verzamel zaad van je favoriete gewassen en deel het met vrienden, op ruilbeurzen, etc...
  • Ga aan de slag met het selecteren van de beste planten en maak kruisingen

 

cyclanterre

Foto: Als je zaden aankoopt, steun dan kleine zaadhuizen en verenigingen. Zo kunnen er niet alleen rassen in stand gehouden worden maar ook gericht veredeld voor kleinschalige landbouw en tuinen.

Laat je vooral niet afschrikken door een tekort aan kennis. Die bouw je stelselmatig vanzelf op eens je met zaden verzamelen en telen bezig bent. Alles tegelijk leren dat gaat niet. Stapje voor stapje dat is een goede manier. Voor mensen die nog op zoek naar meer informatie. Velt (de vereniging voor ecologisch leven en tuinieren) heeft een boek over dit thema uitgebracht. Verder valt er op internet ook wel het één en ander te vinden.

Een andere aanrader om meer te weten komen over rassen kruisen en zaden telen en delen is lid te worden van bijvoorbeeld de zadenwerkgroep van Velt of deel te nemen aan zaadruilbeurzen. Zelf heb ik er heel wat aan te danken. Zowel zaad- of plantmateriaal als het uitwisselen van ervaringen tips and trics. Wat ik ook bijzonder interessant vindt aan zo 'n initiatieven en evenementen is dat je te weten komt wie bijvoorbeeld met het kruisen van bonen bezig is of wie zoete aardappelrassen verzameld. Heb je een vraag over zo'n gewas dan kan je bij die mensen terecht en kunnen tuiniers elkaar helpen.

bonen

Help jij mee aan een nieuw verhaal?

Waar oude rassen zeker en vast een streepje voor hebben tegen over nieuwe? Bij hun verhaal. Mensen zijn storytellers. De charme van een verhaal achter een oud ras zorgt voor een groter respect voor het ras en de mens die het lang geleden ontwikkelde en waar iedereen nog steeds van de vruchten van zijn tijd en geduld mag meegenieten. (lees het verhaal maar eens na van de tomaat "Mortgage lifter" die letterlijk leningen hielp aflossen tijdens de grote depressie in de jaren dertig of het verhaal achter de appel Wealthy)

Help mee aan het verhaal van morgen. Ga aan de slag met het kruisen en verzamelen. Het opent een heel nieuwe wereld van tuin(ier)-opportuniteiten. Economisch ruilen tegen euro 's of zaden of stekken van andere planten, een kleine bijdrage of zaden gaan verdelen via commerciële kanalen. Het kan allemaal. Als je product goed is en je anderen verder helpt, waarom niet eigenlijk zodat je nog meer goede rassen kan creëren. Zolang je er maar geen patenten op neemt natuurlijk want het gaat nog altijd over delen met iedereen en niet over het privatiseren van onze collectieve tuinbouwgeschiedenis.

appelrassen

Talrijke organisaties en individuen zetten zich in om onze eetbare diversiteit te bewaren. Gelukkig maar. Meer hulp is zeker welkom. Wat Hmt doet? Het publiek warm maken voor het belang van diversiteit en vooral heel veel ervaring, enthousiasme en zaden en stekken delen.

 

Automatisch getipt worden als er een nieuw artikel verschijnt? Volg de facebookpagina van haal meer uit je tuin